Kunnen de dagen jou niet lang genoeg zijn of hou jij juist van de donkere dagen voor kerst? Hieronder zie je op welke datum de langste en de kortste dag vallen en wanneer de seizoenen starten. Ook bekijk je het lengen en korten van de dagen door het jaar heen.
Voor details per dag bezoek je onze zonsopkomst- en zonsondergang pagina.
Verschil tussen noorden en zuiden van het land
De tijden die in dit artikel en in de bovenstaande graphic genoemd worden zijn voor het midden van het land. In het noorden duren de dagen in het winterhalfjaar korter en in het zomerhalfjaar langer. In het oosten komt de zon een aantal minuten eerder op en in het westen een aantal minuten later dan in Utrecht. Deze verschillen gelden ook voor de zonsondergang.
Langste en kortste dag van het jaar
De langste dag van 2026 valt op 21 juni. Die dag start om 10:24 uur de astronomische zomer. De daglengte is dan ongeveer 16 uur en 45 minuten. De astronomische winter begint in 2026 op 21 december om 21:50 uur. Op deze kortste dag van het jaar is het in Midden-Nederland ruim 7,5 uur daglicht. Zodra de astronomische lente start zijn dag en nacht ongeveer even lang en dat geldt ook voor de start van de astronomische herfst. De lente start op 20 maart om 15:46 uur en de herfst op 23 september om 2:05 uur.

De start van de seizoenen valt dit jaar grofweg 6 uur later dan vorig jaar. Dit komt doordat de aarde in 365 dagen en ongeveer 6 uur rond de zon draait en een jaar bij ons 365 dagen duurt. We beginnen dus feitelijk iets te vroeg aan het nieuwe jaar en daardoor valt de start van de seizoen in het nieuwe jaar 6 uur later dan in 2025. Door middel van het toevoegen van een schrikkeldag wordt dit eens in de vier jaar gecorrigeerd. Voor het laatst was dit in 2024 het geval. Zouden we dit niet doen, dan begint de lente na 540 jaar op 21 juni.
Op zondag 29 maart begint de zomertijd en op 25 oktober keren we in 2026 terug naar de wintertijd.
Lees hier hoe zomertijd en wintertijd zijn ontstaan en wat de beweegredenen zijn geweest voor het verzetten van de klok. We doen het al sinds 1981.

Besluit Karl Theodor in 1780 over meteorologische seizoenen
Voor weerkundigen begint de winter altijd op 1 december, de lente op 1 maart, de zomer op 1 juni en de herfst op 1 september. Dat meteorologen een andere datum aanhouden dan sterrenkundigen is al sinds 1780 zo. Toen besloot de Societas Meteorologica Palatina, één van de eerste internationale weerorganisaties onder leiding van de Duitse keurvorst Karl Theodor, om steeds drie opeenvolgende kalendermaanden als één seizoen te beschouwen.






